Lichtmast voorkomt verrommeling buitenruimte

Dit artikel is verschenen in Ruimte & Licht op 19 april 2018 

Auteur: Acquire Publishing

In OVL (Openbare Verlichting, straatlantarens) is smart city een zeer actueel thema dat nogal wat vragen oproept. Op zoek naar antwoorden maakte Ruimte en Licht een rondgang langs deskundigen die ieder vanuit de eigen discipline reflecteren op het onderwerp smart city. De deskundigen die zijn geraadpleegd zijn: – Adviseur: Evert Jan Mulder, Red Plume – OVL: Irmgard Kamphuis, Gemeente Uden – Producent: Niek de Jong, Sustainder – Netbeheerder: Rick Poulussen, Enexis Assetmanagement

1.  Gaat de lichtmast een rol spelen in de smart city infrastructuur? 

Rick Poulussen: “Zeker weten. Lichtmasten hebben een goede verspreiding en hebben natuurlijk spanning ‘aan boord’.” 

Irmgard Kamphuis: “Of de lichtmast een rol gaat spelen in de smart city infrastructuur? Die vraag wil ik graag omdraaien. Gaat de smart city de lichtmast overnemen om zijn infrastructuur uit te rollen? Deze vraag is gemakkelijker te beantwoorden,  omdat de verantwoordelijkheid overgenomen wordt door de smart city discipline. Op het moment dat de positionering van de mast bepaald wordt aan de hand van het lichtontwerp, zou het voor mij geen probleem zijn om de lichtmast om te dopen in smart city mast.”  

Evert-Jan Mulder: “Niet alleen de lichtmast, ook het verkeersbord, de abri, het stadsbaken, het zitbankje en velen andere objecten in de publieke ruimte gaan een rol spelen in de gedigitaliseerde stad. Al dit soort objecten zullen worden voorzien van technologie die data vastlegt en ook weer uitzendt of zichtbaar maakt. Deze ontwikkeling is volop aan de gang en niet tegen te houden. Daarvoor is de technologie te toegankelijk, goedkoop en betrouwbaar, zijn de businesscases voor bedrijven te interessant, de verwachtingen bij publiek en politiek te hoog, en de kosten van bepaalde maatschappelijke problemen te groot.” 

Niek de Jong: “Dat is één ding dat zeker is. Maar welke rol de lichtmast krijgt toebedeeld, is nog de vraag. Het is zeker dat op de gebieden gezondheid (onder andere luchtkwaliteit), veiligheid (onder andere ongelukdetectie), communicatie (onder andere 5G) en transport (onder andere parkeren) er een noodzaak zal komen om de lichtmast in te zetten om een grootschalige verrommeling van de buitenruimte te voorkomen.

2. Wat ziet u als de grootste belemmering voor het opschalen van smart citytoepassingen? 

Irmgard Kamphuis: ”De grootste belemmering is het ontbreken van visie en beleid op dit gebied. Met de daarbij behorende politieke agenda’s.” 

Evert-Jan Mulder: “Er is niet één, maar er zijn vele grote belemmeringen. Laten we beginnen met de meest basale: wie gaat dat betalen? Bedrijven zullen best willen investeren, maar niet voor bijvoorbeeld maar één stad. Dat brengt ons bij het tweede punt: standaardisatie. Om een aantrekkelijke markt te hebben zodat opschaling mogelijk wordt, is standaardisatie noodzakelijk. Niet bepaald het sterkste punt van Nederlandse steden. Last but notleast, maatschappelijke acceptatie. Smart City is een begrip dat steeds meer verweven raakt met surveillance, verlies van privacy en security risico’s. Niet echt een lekkere basis voor grootschalige uitrol van smart city toepassingen.”  

Niek de Jong: “De toepassingen moeten nog volwassen worden net zoals de bijbehorende organisatie aan de gemeentekant.” 

Rick Poulussen: “De grootste belemmering is het eigenaarschap. Voor de lichtfunctie is die duidelijk. Maar wie is de eigenaar en verantwoordelijke partij voor smart city?” 

3. Wat is de rol van de landelijke overheid en welk ministerie zou de trekker moeten zijn? 

Evert-Jan Mulder: “De eerste opmerking hierbij moet zijn dat het woord smart city in het huidige regeerakkoord in zijn geheel niet voorkomt. Politiek gezien vonden de ministeries het blijkbaar niet interessant genoeg, of hadden de maatschappelijke betekenis hiervan niet door, of een combinatie van beide. In tweede instantie is vervolgens de neiging om te kiezen tussen BZK, vanwege de zorg voor de digitale samenleving,  IenW, vanwege de duurzaamheid, en EZ vanwege de economische ontwikkeling. In derde instantie, en wellicht aan te bevelen, lijkt smart city veel meer een onderwerp voor een soort city deal-achtige aanpak. Bekijk vanuit het topic welke bestuurlijke actoren nodig zijn, werk als overheden vooral samen en dus nevengeschikt, en betrek zoveel mogelijk kennis van bedrijven en kennisinstituten. Deze aanpak is trouwens al keurig beschreven in de NL Smart City Strategie.”   

Irmgard Kamphuis: ”De rol van de landelijke overheid zou kunnen zijn om de smart city infrastructuur te faciliteren. Door het op de politieke agenda’s te zetten. Het ministerie van Economische Zaken past daar naar mijn idee het beste bij.” 

Niek de Jong: “De overheid zou de kaders moeten voorschrijven hoe medegebruik gefaciliteerd moet worden. Dit om kwaliteit, openheid, toekomstvastheid en bovenal beschikbaarheid te verzekeren.” 

Rick Poulussen: “De landelijke overheid is geen trekker en/of regievoerder. Insteek is in de basis: overlaten aan de markt.” 

Eén reactie - Een reactie plaatsen

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *